Traverse Dieren

p15024-dieren-01
p15024-dieren-02
P15024 2018 1 Week 31 12
P15024 2018 2 Week 31 10
P15024 2018 3 Week 31 39
P15024 2018 4 Week 31 26
P15024 2018 5 Week 30 95
p15024-dieren-03
p15024-dieren-04
p15024-dieren-05
p15024-dieren-06
p15024-dieren-07
p15024-dieren-08


Voor achtergrond informatie zie: www.traversedieren.nl

Inleiding

Het verkeer in en rond Dieren liep de afgelopen jaren tijdens de spits regelmatig vast. Traverse Dieren zorgt voor een betere doorstroming en een veilige stationsomgeving.
Het gebied rond de N348 door Dieren heeft inmiddels een enorme transformatie ondergaan door een complete reorganisatie van de wegenstructuur die deels is ondertunneld en dus veel impact op de omgeving heeft. Tussen Ellecom en Dieren wordt de provinciale weg gebundeld met de railinfrastructuur waardoor ook het waardevolle cultuurlandschap van het Hof te Dieren is veranderd.

De intrinsieke kenmerken van het Hof te Dieren zijn samen te vatten in één woord; “Parklaan”. Dit is als ruimtelijke kwaliteit gebruikt bij de stedelijke traverse: hij is ruim van opzet en zodanig robuust dat binnen dit gras-met-bomen-concept ruimte is voor verschillende verkeers-, verblijfs- en verbindingsfuncties. Door deels te ondertunnelen is de impact van de N348 op de omgeving aanzienlijk teruggedrongen. Het daarbovenop gelegen Stationsplein is hierdoor hét knooppunt geworden in de Dierense samenleving.

In een ‘Design & Build’ opgave was Rudo Cleveringa de landschapsarchitect en heeft het Architecten_Lab de vormgeving van de civiele kunstwerken gedaan in opdracht van de “Combinatie Traverse Dieren”.

Binnen ons projectgebied zijn een viertal kunstwerken uitgewerkt:

Kunstwerk 1: Fiets- en fauna onderdoorgang Ellecom
Dit kunstwerk betreft een ongelijkvloerse kruising van een fietsonderdoorgang met compacte ecopassage en de weg N348 daarover heen. Gelegen in het gebied “Hof te Dieren” is deze N-weg bij dit kunstwerk iets verhoogd komen te liggen en de onderdoorgang juist onder het maaiveld gesitueerd. Daarmee is het kunstwerk onopvallend en ondergeschikt aan het landschap.

De vormgeving is qua concept helder en eenvoudig van opzet, maar de ruimtelijke situatie van het ensemble maakt het bij nader inzien toch ook complex. Feitelijk zijn het twee kunstwerken die aansluiten op de tweedeling van het bovenliggende wegprofiel. In de onderdoorgang is dit te ervaren middels een tussenruimte in de vorm van een vide. De tussenruimte is versterkt doordat de vormgeving van de randen hier identiek zijn aan de twee buitenste randen. De vide manifesteert zich daardoor als een spatie tussen de twee objecten.

In de onderdoorgang is aan de noordzijde een kleine ecopassage gesitueerd. Deze asymmetrische opbouw is als uitgangspunt gehanteerd voor de vormgeving van de aanzichten en de landhoofden van het kunstwerk. Ter plaatse van de eco-zone is de vormgeving groen en ‘zacht’, aan de zijde van het fietspad is deze ‘hard’.

De rand van het dek en de vleugelwand aan de ‘harde zijde’ vormen samen als het ware één gebaar in de vorm van een haak. Deze haak is visueel extra dynamisch gemaakt doordat de vleugelwand verloopt in breedte. Van smal onderaan naar breed bovenaan. Mede daardoor kon het talud minder steil worden uitgevoerd en dus een meer open karakter krijgen.

Kunstwerk 2: Open tunnelbak Dieren Centrum
Dit kunstwerk bestaat uit meerdere onderdelen zoals de tunnelbak, fietsenstalling en plein met paviljoen. Het betreft de zone van ondertunneling in het centrum van het plangebied, dat zich vanaf “Hof te Dieren” tot voorbij de Wilhelminaweg uitstrekt. Er is een open tunnel gerealiseerd die alleen ter plaatse van de Harderwijkerweg, het stationsplein en de Wilhelminaweg dicht zijn uitgevoerd om daarmee de ongelijkvloerse kruising mogelijk te maken. Aan de zuidzijde, in de oksel tussen het plein en de tunnelbak, is de verdiepte fietsenstalling gesitueerd.

De rand van de open tunnelbak is autonoom en een robuust object in de Parklaan. De rand is vormgegeven als een eenduidig gebaar en fungeert tevens als valbeveiliging van de tunnelbak. Aan de buitenzijde is een abstract gras-motief dat als verdiept reliëf in het beton is opgenomen. Deze textuur is beeldbepalend en zal met name bij de waarneming van dichtbij een meer verfijnd karakter aan dit autonoom object geven. Gras motief is gekozen omdat dit fraai aansluit bij het grazige maaiveld waarop het aansluit. De afdekrand is niet scherp maar wel wel zo afgeschuind waardoor er geen lege frisdrank blikjes o.i.d. op de rand kunnen worden neergezet.

Op de plekken waar het maaiveld over de tunnelbak kruist is een afwijkende balustrade toegepast. Deze bestaat uit een staande houten lamellen structuur. Deze lamellen zijn parallel aan de as van de tunnel georiënteerd waardoor er vanuit de tunnelbak een optimale doorkijk ontstaat. Strepen aan de onderzijde van het dek versterken de lamellenstructuur. Om geluidsreductie van het wegverkeer te bewerkstelligen zijn de wanden van de tunnelbak met een geluidsabsorberend houtvezelbeton met verticale cannelures bekleed.

Het Paviljoen is een stalen frame dat bekleed is met verticale ramen met erop een expressief dakvolume in een lichtblauwe kleur. Deze kleur geeft subtiel iets meer expressie aan het volume en versterkt tevens de leesbaarheid van IJssel thema aan deze zijde van de traverse en contrasteert met de gele wereld van het plein.

De vorm van het paviljoen verloopt over de lengte-as in hoogte. Dit geeft meer expressie aan de langwerpige structuur en geeft oriëntatie middels hoogte accent richting het station en busperron. Het schuine dak geeft vanuit de tunnelbak een mooie tegenbeweging met de schuine balustrade rand van het dek.

De fietsenstalling aan de weg “Stationsplein” is voor de helft verdiept in het maaiveld waardoor de ruimtelijke impact op de openbare ruimte minimaal is. Door het hoogteverschil tussen vegetatiedak en maaiveld ontstaan een opening waardoor vanaf de weg deels zicht is in de fietsenstalling voor de sociale veiligheid. De daken hellen iets naar de weg waardoor het groene karakter beter zichtbaar is voor passanten en omwonenden. De daken blijven qua hoogte onder de rand van de tunnelbak die in hiërarchie belangrijker is in deze ruimtelijke setting en waardoor de ontmoeting logisch ‘leesbaar’ blijft. Boven het gangpad van de stalling is geen dakvlak gesitueerd waardoor de stallingsruimte van natuurlijk daglicht en ventilatie is voorzien. Leuningwerk voor de balustrade rand t.p.v. de overgang met het plein, is een voortzetting van de balustrade van de tunnelbak. Hierdoor ontstaat er meer samenhang aan de pleinzijde. De houten lamellen die hier zijn toegepast hebben dezelfde oriëntatie als die bij de tunnelbak maar lopen wel door als bekleding in de fietsenstalling.

De opbouw van de overkapping is een staalconstructie, daardoor blijft het geheel slank en luchtig ten opzichte van de betonnen tunnelbak. De kolommen die onder het dak staan zijn schuin geplaatst om zoveel mogelijk openheid in de stalling te ervaren en de schuine dakhellingen te accentueren. Tussen het dak en de kerende muur is een invulling middels spijlen die door hun willekeurige positie een analogie op het grasmotief van de bakrand vormen. Hierdoor is het aanzicht van de fietsenstalling aan de straatzijde in sterke samenhang vormgegeven.

Kunstwerk 3: Spooronderdoorgang Kanaalweg/ Burgemeester Willemsestraat
Dit kunstwerk is de onderdoorgang onder het spoor en is een onderdeel van Prorail. Voor het ambitiedocument hebben wij de input op vormgeving gedaan om samenhang met het plan te borgen. De onderdoorgang vertoont sterke samenhang met de tunnelbak van KW2.

Kunstwerk 4: Spankerensebrug Apeldoorns kanaal
Dit kunstwerk betreft een vervanging van een brug over het Apeldoorns kanaal op deze locatie. De breedte van de brug is vergroot voor toekomstige verkeersafwikkeling. De nieuwe platte brug heeft een eenvoudig functionele, sobere en doelmatige uitstraling. Om de horizontale belijning van de totale nieuwe brug te versterken is de brugrand doorgezet over de landhoofden. De verticale wanden van de landhoofden zijn terugliggend in een geplankt beton waardoor zij minder opvallen, meer vervuilen en zo de horizontale belijning van de brug laten spreken.

De balustrade is een horizontaal georiënteerd hekwerk met platte verticale staanders. Vanaf de brug blijft er zo optimaal zicht op het kanaal. Slanke staanders hellen iets naar binnen toe over. Dit geeft net iets meer verfijning aan de ruimtelijke setting en onderscheid tussen binnenzijde en buitenzijde.

Start ontwerp 2015
Oplevering 2018

Onze opdrachtgever “Combinatie Traverse Dieren”:
Besix
Hegeman
Mourik

Landschapsarchitect:
Rudo Cleveringa

Opdrachtgevers van de Combinatie Traverse Dieren:
Provincie Gelderland
Gemeente Rheden

Opstellers ontwerphandleiding:
HOUTMAN + SANDER landschapsarchitectuur
Gemeente Rheden (Karen Hoorn)

 

Impressies van Architecten_Lab
Foto’s tijdens de bouw van Aart van Raalte

SHARE